DNA

DNA is een belangrijke bron van bewijs in allerlei typen zaken.

DNA is het materiaal dat in de kernen van onze cellen zit. Het bevat de informatie die bepaalt hoe we tot in detail in elkaar zitten. Van een groot deel van ons DNA kennen we de exacte functie niet. Een aantal kleine delen van het DNA wordt gebruikt om mensen te identificeren. Door het in kaart brengen van die delen van het DNA (de loci), wordt een DNA-profiel verkregen. Enkele lichaamscellen kunnen genoeg zijn om dit DNA-profiel uit af te leiden. De kleinste biologische sporen op een plaats delict, kunnen dan ook al leiden tot een verdachte. Juist het feit dat die sporen zo klein kunnen zijn, levert risico’s op voor de interpretatie. Wanneer is een biologisch spoor ontstaan? Hoe is een biologisch spoor ontstaan? Wat voor type celmateriaal is het en is dit door de donor zelf achter gelaten, of door iets of iemand anders?

De resultaten van vergelijkend DNA-onderzoek kunnen ontzettend waardevol zijn in het vinden van de waarheid over een misdrijf. Het kan echter ook in een totaal verkeerd perspectief worden geplaatst waardoor het een waarde krijgt dat het eigenlijk niet heeft.

Wat daarbij ook een belangrijke vraag is, is wat van een verdachte mag worden verwacht? Als er een minimale hoeveelheid biologisch materiaal van een persoon wordt aangetroffen, zo weinig dat het met het blote oog niet is te zien, kan dan van iemand worden verwacht dat hij uitlegt hoe dat daar is gekomen? Op die vraag valt geen eenduidig “ja” of “nee” te geven, maar het is wel een vraag die in de beoordeling van dit bewijs altijd goed voor ogen moet worden gehouden.

Wij hebben veel kennis in huis over de interpretatie van vergelijkend DNA-onderzoek en weten hierop verweer te voeren.